|
|
Hinke Schreuders
|
|
De borduurwerken van Hinke Schreuders (1969) zijn zeer persoonlijk van aard. De mannen en vrouwen die erop voorkomen, zijn niet zelden gerelateerd aan haar eigen leven. Teerheid van de stof en het garen corresponderen met haar eigen emoties. De handelingen die Schreuders verricht zijn klein, poëtisch en stil. De borduursels, vaak gebaseerd op (jeugd)foto’s, worden door haar aangebracht op uit verschillende lappen stof bestaande ondergrond, die als het werk klaar is, op een spieraam aangebracht wordt. Doordat de borduursels vaak om de hoek van het kader doorlopen, beschikken haar werken over een objectmatig karakter.
Schreuders brengt niet alleen maar vormen aan op de stof, soms verwijdert ze die ook, zodat er negatieve vormen ontstaan. Om volumes van bijvoorbeeld jurken op te vullen, wil ze nog wel eens gebruik maken van transparant aangebrachte acrylverf. Daarnaast werkt ze met vilt, om van bepaalde vormen echo’s weer te kunnen geven. Ze houdt ze ervan om teksten in haar werk te gebruiken, soms bestaat een borduursel uit slechts alléén maar tekst. Deze tekstwerken zijn meestal gebaseerd op sprookjesboeken.
Hinke Schreuders wordt in Nederland vaak vergeleken met Michael Raedecker en Berend Strik, maar haar werk vertoont meer verwantschap met dat van de Egyptische kunstenares Ghada Amer. Raedecker en Strik gebruiken het garen om het schilderijen en foto’s van tactiele elementen te voorzien. Bij hen gaat de draad een dialoog aan met de verf dan wel fotoafdruk. Schreuders werkt daarentegen niet crossmediaal. Net als Amer probeert Schreuders zich te beperken tot het werken met garen op doek.
|
|
 |
 |
 |
 |
Overige werken
Maria Smits *
|
 |
Maria Smits *
detail van grote tekening
|
 |
|
|  |