|
|
Maria Smits *
|
Curriculum vitae
|
Het werk van Maria Smits (1960) wordt gekenmerkt door het begrip dualiteit. Met haar beelden en tekeningen lijkt ze twee dingen tegelijkertijd te willen zeggen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de dierlijke huid, scheidingslaag tussen lichaam en buitenwereld en zorgend voor bescherming en warmte. Of eigenlijk de absentie ervan: Smits onderzoekt wat er gebeurt als de huid ontbreekt, als je als het ware een bloot beest voor je hebt. Aan de ene kant zorgt dit voor associaties met ongeboren of juist over-leden zijn, aan de andere kant toont het als een anatomische les de spierpartijen van het dier. Kwetsbaarheid en kracht worden in een en hetzelf-de beeld weergegeven. Om deze staat van bare existence -zoals Maria dat aanduidt- op te roepen, bouwt Smits haar beelden op uit goedkope en simpel aandoende materialen, gelijk de kunste-naars van de Arte Povera beweging. De naaktheid en directheid van de beelden ontstaat door de onverbloemde aanwezigheid van materialen als fietsbanden, hout, jute, ty-ribs, spelden en schuimrubber. Van gesmolten en uitgestreken paraffine maakt Smits dunne vliezen, die zij op haar beelden aanbrengt om het onderhuidse weef-sel weer te geven. Haar beelden en tekeningen ogen onaanraakbaar, maar beschikken dankzij het rauwe materiaalgebruik over een opmerkelijke tactiliteit. Dualiteit komt ook naar voren in een ander interessegebied van Smits, dat van machtsverhoudingen. De vaak door haar afgebeelde (jacht)hond fungeert als een dienaar die zijn meester, de mens, dient te gehoorzamen. Maar de hond is wel de baas over de trofee, terwijl de mens op zijn beurt is overgeleverd aan de natuur-krachten.
|
|
 |
 |
 |
 |
Overige werken
Narda Alvarado
|
 |
Anke Roder *
ZAADDOOS
|
 |
|
|  |