|
|
H.F. van Steensel *
|
|
Voor H.F. van Steensel ( Vlaardingen, 1965 ) vormen de materialen die zij in haar kunst verwerkt het vertrekpunt van een zoektocht.
Ieder materiaal heeft voor haar een eigen connotatie. Alles wat ze tegenkomt, ziet ze als een potentieel middel om zich in haar schilderijen en beelden mee uit te kunnen drukken. Een schilderij zal ze dan ook maar bij hoge uitzondering vervaardigen op een netjes gespannen stuk canvas. Het is gebruikelijker dat postzakken, tafelkleden of beddenspreien als drager functioneren. Vaak krijgen deze schilderijen applicaties van sokken, onderbroeken of karton.
Haar expressieve schilderijen worden bevolkt door mensen en dieren die zich in een kleurrijk maar kaal landschap lijken te bevinden. De teksten die in haar werk opduiken kunnen flarden zijn van songteksten, dan wel letterlijke uitingen van gevoelens die ze had toen ze het werk maakte.
De zoektocht die Van Steensel onderneemt wordt veroorzaakt door nieuws-gierigheid, een honger naar het zich willen verbazen over zaken. Het lijkt of ze zichzelf vragen stelt, waar ze middels haar kunst een antwoord op wil krijgen.
De materialen die ze voor haar schilderijen gebruikt keren terug in haar beelden, waarbij grove stukken hout als een armatuur functioneren.
Van Steensel drapeert over deze staketsels lagen stof en brengt er objecten op aan. Dit kan geschieden met behulp van schroeven of lijm of door materiaal erop vast te binden met behulp van wol. De beelden beschikken zo over een geweldige gelaagdheid. Soms moeten zelf lagen stof opgetild worden, om het beeld goed te kunnen duiden.
Een beeld van Van Steensel lijkt wel opgeladen met energie en gevoelens en kan beschouwd worden als een hoogstpersoonlijke Europese variant op een Afrikaans fetisjbeeld of een gris-gris (talisman).
Van groot belang voor H.F van Steensel zijn verder de teksten die ze schrijft. Deze zijn zeer poëtisch en zintuiglijk van aard zijn. Een kunstenaarsboek dat ze onlangs vulde met haar teksten kreeg de titel Hotel Wonder mee.
Ze hecht veel waarde aan deze architectonische metafoor. Zelf ziet ze haar oeuvre als een tenement building, een appartementencomplex waar haar werken in kunnen verblijven. Deze verhouding tot haar werk doet denken aan die van Mark Manders tot zijn Zelfportret als Gebouw. Manders beziet zijn oeuvre ook als zich bevindend in een bouwwerk waar de ruimtes steeds van veranderen. Van Steensel ziet in haar imaginaire gebouw niet alleen een ruimte voor haar werk, maar ook een ruimte voor zichzelf, waarin zij zich kan verhouden tot de buitenwereld. De vragen die zij op haar zoektocht stelt, kunnen bij diegenen die haar wereld willen betreden, eigen relevante vragen oproepen.
|
|
 |
 |
 |
 |
Overige werken
Bart Baele *
Moi le Juge
|
 |
Willy Jolly
|
 |
|
|  |