Home Tour Overige werken Routebeschrijving Contact Trojan horse club
    
 
 
 
          

          

          

          

          

        

Vorige pagina
    "Springtime"
18/03/2007 - 05/05/2007
Henk Bossink

Henk Bossink (1959-1992) studeert in 1988 af aan de Gerrit Rietveld Academie te Amterdam. Tijdens en vlak na zijn academieperiode maakt Bossink abstracte schilderijen waarin hij foto’s verwerkt, waarna hij vanaf 1990 een eigen figuratieve stijl ontwikkelt. Hierin geeft hij zaken weer die hem op dat moment persoonlijk bezighouden. Herinneringen aan zijn jeugd in het Twentse Ootmarsum nemen in dit werk een prominente plaats in, maar ook het vinden van zijn eigen identiteit in het Amsterdamse. Zo krijgt de acceptatie van zijn homoseksuele geaardheid voor een belangrijk deel gestalte in zijn tekeningen.
Bossinks werk wordt bevolkt door familieleden, vogels, vlinders, penissen en bloemen, vaak slechts weergegeven met een contourlijn of als silhouet. Zijn weergave van deze figuren oogt naïef en ongekunsteld, maar is in feite zeer doordacht. Hij probeert de zaken terug te brengen tot hun essentie door op een onbevangen manier een herinnering of gedachte te stollen tot een helder beeld. Dit maakt zijn werk openhartig en soms confronterend.
Henk Bossink overleed op 33-jarige leeftijd geheel onverwacht aan een hersenbloeding.
Na zijn dood werd zijn werk gecatalogiseerd door zijn familie. In 1994 werd een tentoonstelling gewijd aan zijn nalatenschap, waarbij tevens een publicatie verscheen.

Ani en Nare Eloyan

Bij het kijken naar de tekeningen van Ani en Nare Eloyan (1988), is het nauwelijks voor te stellen, dat deze tweeling nog studeert aan de kunstacademies van respectievelijk Amsterdam en Den Haag ( Rietveld en Koninklijke Academie). Beiden maken expressieve tekeningen op verschillende formaten.
De beeldtaal van Ani en Nare oogt al dermate doorleefd, en overtuigt navenant, dat Th Gallery het de moeite meer dan waard vindt om reeds in dit prille stadium van hun carrières werk te tonen. Hun werk was eerder bij Th te zien tijdens de Preview 2006-2007 en is sindsdien duidelijk verder geëvolueerd. Net als toen is hun werk (nog) niet te koop.
In de eerste twee ruimtes van de galerie hangen de potloodtekeningen van Nare. Het is niet eenvoudig te duiden, waar die tekeningen precies over gaan. De figuren, die daar op voorkomen, zijn soms niet duidelijk herkenbaar als man of vrouw, dan wel als kind of jonge volwassene. De tekeningen zijn veelal uitwerkingen van schetsen uit de drie boeken, die Nare zich toegeëigend heeft door daarin te tekenen en teksten aan te brengen. De ideeën van Nare gaan aldus een relatie aan met die in de jaren vijftig uitgegeven boeken over Zwitserland, Nederland en de tropen. Nare lijkt een verhaal te vertellen, waarin zij verwijst, deels naar haar eigen geschiedenis, deels naar kunstenaars, die haar hebben beïnvloed.
Het werk van Ani in de achterste ruimte van de galerie is duidelijker en agressiever van aard. Haar met vette vegen houtskool zwaar aangezette tekeningen, soms met zilverpapier beplakt, gaan zonneklaar over haar zo’n twee jaar geleden met een nieuwe partner naar Zwitserland vertrokken vader. Wie de collage van tekeningen en tekstwerken ziet, zal geen seconde twijfelen, hoe zij tegenover betreffende ontwikkeling staat. Naast de, heftig zwart-wit contrast opleverende, houtskooltekeningen hangen ook contrastrijke tekeningen in kleur.
Het werk van Ani en Nare Eloyan vertoont verwantschap met dat van kunstenaars als Raymond Pettibon, Paul McCarthy, Charlotte Schleiffert, Natasja Kensmil alsook met dat van hun vader, Armen Eloyan.

Maria Smits

Het werk van Maria Smits (1960) wordt gekenmerkt door het begrip dualiteit. Met haar beelden en tekeningen lijkt ze twee dingen tegelijkertijd te willen zeggen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de dierlijke huid, scheidingslaag tussen lichaam en buitenwereld en zorgend voor bescherming en warmte. Of eigenlijk de absentie ervan: Smits onderzoekt wat er gebeurt als de huid ontbreekt, als je als het ware een bloot beest voor je hebt. Aan de ene kant zorgt dit voor associaties met ongeboren of juist overleden zijn, aan de andere kant toont het als een anatomische les de spierpartijen van het dier. Kwetsbaarheid en kracht worden in een en hetzelfde beeld weergegeven. Om deze staat van bare existence -zoals Maria dat aanduidt- op te roepen, bouwt Smits haar beelden op uit goedkope en simpel aandoende materialen, gelijk de kunstenaars van de Arte Povera beweging.
De naaktheid en directheid van de beelden ontstaat door de onverbloemde aanwezigheid van materialen als fietsbanden, hout, jute, ty-ribs, spelden en schuimrubber. Van gesmolten en uitgestreken paraffine maakt Smits dunne vliezen, die zij op haar beelden aanbrengt om het onderhuidse weefsel weer te geven. Haar beelden en tekeningen ogen onaanraakbaar, maar beschikken dankzij het rauwe materiaalgebruik over een opmerkelijke tactiliteit. Dualiteit komt ook naar voren in een ander interessegebied van Smits, dat van machtsverhoudingen. De vaak door haar afgebeelde (jacht)hond fungeert als een dienaar die zijn meester, de mens, dient te gehoorzamen. Maar de hond is wel de baas over de trofee, terwijl de mens op zijn beurt is overgeleverd aan de natuurkrachten.






 
 
  All rechten voorbehouden - TH Gallery 2005 - Home | Contact